Oplossingen voor het overvolle elektriciteitsnet.

De elektriciteitsnetten zitten op steeds meer plekken vol, waardoor er geen capaciteit meer is om nieuwe zonne-energie-installaties aan te sluiten. De congestie op het huidige elektriciteitsnet is dusdanig groot, dat in veel regio’s geen transportcapaciteit meer beschikbaar is. Daarnaast is er een ontwikkeling gaande om bij opwek van zonne-energie te zorgen voor lagere netbelasting door een project.

Royal Haskoning DHV deed in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onderzoek naar dit probleem en draagt negen mogelijke oplossingen aan:

Curtailment: dit is het kleiner aansluiten van een zonnestroominstallatie dan het maximale vermogen. Bij statische curtailment worden de omvormers kleiner dimensioneert ten opzichte van het maximale vermogen van de zonnepanelen. Dynamische curtailment houdt in dat de regionale netbeheerder op afroep de productie kan beperken door één of meerdere omvormers tijdelijk uit schakelen.

Oost-West opstelling stimuleren: Zonneparken staan vaak in een zuid-opstelling met als doel een zo hoog mogelijke elektriciteitsproductie te realiseren. Dit heeft een hoge opbrengstpiek op het midden van de dag. Bij een oost-west opstelling, ook wel duale opstelling genoemd, staat de helft van de panelen op het oosten georiënteerd. Deze opstelling heeft wel een wat lagere piek maar start ’s ochtends met opwekken wanneer het net veel minder belast is.

Dynamisch terugleveren: Hierbij mogen producenten van zonne-energie hun opgewekte elektriciteit terugleveren aan het net, zolang het binnen door de netbeheerder opgegeven spanningsbreedte blijft. Door gebruik te maken van slimme omvormers (waar op dit moment al 99 procent van de omvormers in Nederland aan voldoet) kunnen zonnestroominstallaties zo worden geprogrammeerd, dat ze het vermogen dat wordt geproduceerd beperken wanneer er sprake is van een te hoge spanning in het elektriciteitsnet.

Aansluiten achter grootverbruiker: Als het zonnepark en de afnemer van elektriciteit direct gekoppeld kunnen worden, kan er gebruik worden gemaakt van een gecombineerde netaansluiting. Dit is rendabelere omdat er maar één kabel aangelegd hoeft te worden, die dan door meerdere partijen gebruikt gaat worden, bijvoorbeeld door een zonneproject te combineren met snelladers. Door gebruik van dezelfde transportcapaciteit voor zowel levering als teruglevering  wordt de aansluitcapaciteit efficiënter benut. Bovendien kan verbruik achter de meter zorgen voor extra ontlasting van het net.

Batterij achter de meter: door het realiseren van een batterijopslag voor het inkoopstation kan de opgewekte elektriciteit tijdelijk worden opgeslagen in het geval van piekproductie. Wanneer er weer voldoende capaciteit op het net is kan de opgeslagen elektriciteit alsnog aan het net geleverd worden.

Flexmarkt: Onder andere Liander gebruikt de flexibiliteitsmarkt als tijdelijke oplossing totdat het net verzwaard kan worden op een bepaald punt. Vraag en aanbod van elektriciteit worden daarmee op elkaar afgestemd, waardoor overbelasting van het net op piekmomenten kan worden voorkomen. Deze flexibiliteit ontstaat als energieverbruikers en - opwekkers hun vraag en aanbod in de tijd kunnen verschuiven. Dit kan door slimme systemen in te zetten, waarbij duurzaam opgewekte energie lokaal kan worden opgeslagen of energieverbruik tijdelijk kan worden uitgesteld.

GOPACS: Wanneer er een capaciteitstekort wordt verwacht vragen netbeheerders via dit platform aan leveranciers van zonne-energie, of zij kunnen schuiven in hun productie. Bij een zonne-installatie kan dit bijvoorbeeld door tijdelijk (een gedeelte van) het vermogen af te schakelen. Wanneer dat mogelijk is kan een marktpartij een order plaatsen, de zogenaamde flexbieding, waarbij de marktpartij aangeeft welke prijs hij voor het afschakelen wil hebben. Wanneer er een match ontstaat tussen vraag en aanbod, ontstaat er een win-win situatie. De netbeheerder lost de congestiesituatie in een specifiek deel van het elektriciteitsnet op en de aanbiedende partij genereert extra inkomsten door het beschikbaar stellen van flexibiliteit in zijn te leveren elektriciteit.

Cable-pooling: hierbij worden meerdere installaties (meestal zon- en wind-) via een gemeenschappelijke kabel aangesloten op één netaansluiting. Met deze methode kunnen zon- en windparken gebruik maken van dezelfde infrastructuur en doordat ze meestal niet gelijktijdig opwekken wordt de aansluitcapaciteit efficiënter benut.

Infra-pooling: dit lijkt op cable-pooling, maar met het verschil dat er wordt aangesloten op het hoogspanningsnet, in plaats van het ‘drukkere’ middenspanningsnet. Hierdoor zijn ontwikkelaars niet afhankelijk van congestie aldaar.

Het volledige onderzoek kun je vanaf vandaag hier lezen.

Terug naar overzicht